Nijmeegse Studenten Wielervereniging
Mercurius
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Veiligheidsregels

Tips voor de training

  • Altijd een helm dragen (verplicht) en zorgen dat je fiets in orde is.
  • Neem een reservebinnenband, kunststof bandenlichters en een fietspompje mee.
  • Zorg dat je een band en wiel kunt verwisselen. Binnen de club zijn veel mensen die je daarbij kunnen helpen en Mercurius beschikt ook over een werkplaats.
  • Het is beter om 1½ à 2 uur voor een training niet meer (veel) te eten. Blijf wel drinken en probeer eerder op de dag wat meer te eten en neem een stuk peperkoek of een mueslireep mee voor onderweg.
  • Neem je mobiele telefoon mee naar de training, dan ben je altijd bereikbaar wanneer je de groep onverhoopt kwijt raakt (bijv. door een lekke band of verkeerd rijden). En wanneer je betrokken bent bij een ongeluk, kunnen anderen je familie inlichten. Zorg ook dat je je zorgpasje en ID kaart bij je hebt.

Rijden in een groep

Bij een wielervereniging komt het vaker voor dat er in grote groepen gereden wordt. Om de veiligheid te handhaven gelden er een aantal regels binnen het peloton. Het is van belang dat iedereen zich aan deze regels houdt.

Communicatie in het peloton gebeurt in de meeste situaties bij voorkeur non-verbaal. Dit is omdat woorden vaak onduidelijk zijn door bijvoorbeeld de wind. Een gebaar heeft een duidelijke betekenis. Voor alle vormen van communicatie geldt dat ze door de deelnemers moet worden overgenomen zodat ook aan de andere kant van het peloton duidelijk is wat er aan de hand is.

Gebarentaal voor wielrenners

Wij houden nu eenmaal van wapperende handjes, die zien wij dan ook graag binnen het peloton. Wij onderscheiden de volgende gebaren:

  • Met links naar achter zwaaien op konthoogte voor tegemoetkomend verkeer en objecten ter linker zijde
  • Met rechts naar achteren zwaaien op konthoogte voor meegaand verkeer en objecten ter rechter zijde
  • Met de hand omhoog om te stoppen
  • Met de vlakke hand omlaag bewegen als we het tempo willen minderen.
  • Hand uit steken bij links of rechts afslaan

Een voorbeeld: of er aan de rechterkant van de weg een voetganger tegemoet komt, of hij loopt juist mee maakt niets uit. Ik hoef alleen maar te weten dat ik aan die zijde plaats moet maken: zwaaien met de rechterhand op konthoogte dus. Hetzelfde geld wanneer daar een auto geparkeerd staat of we halen een fietser in. Je hoeft niet te weten wat het is (als je het al kunt verstaan). Je moet weten dat je plaats moet maken.

Kreten uit het peloton

Er zijn situaties waarin het van het van belang is om wel te roepen. Dit betreft de volgende situaties:

  • Obstakels midden op de weg, bijvoorbeeld een paaltje. Noem het gevaar bij de naam én gebruik de bijbehorende gebarentaal, zodat voor de rest duidelijk is waar ze op moeten letten. (Men roept in dit geval: ‘paaltje’, niet ‘pas op!’ want waar moet je voor oppassen?)
  • Verkeer van achter ('achter')
  • Bij oversteken: ‘vrij’ of ‘auto links (rechts)
  • Indien de groep uit elkaar is gevallen: ‘wachten
  • En ‘compleet’ nadat iedereen is aangesloten

Gedrag binnen de groep

Je bent zelf verantwoordelijk voor je rijgedrag, dus is het van belang om goed voor je te kijken en te weten wat je doet. Als je in een groep rijdt vermijdt je plotselinge bewegingen, zoals remmen en van lijn veranderen. Het rijden in een grote groep brengt overigens niet met zich mee dat we meer rechten hebben dan het andere verkeer, sterker nog, we moeten nog beter opletten. Als je op kop van de groep rijdt, ben je 'de ogen' van de groep. Kijk ver voorruit en anticipeer vroeg op het verkeer of obstakels op de weg. Blijf ook voor je kijken.

Andere afspraken binnen de groep zijn:

  • Twee aan twee blijven rijden
  • Signalen altijd doorgeven in de groep
  • Kijk niet onnodig achterom
  • De weg vrijhouden als er iets aan de hand is (lek, valpartij, verzamelen)

Wanneer mensen achter blijven wordt er gewacht. Het is wel van belang dat dit wordt gemeld. Het is nog beter wanneer iemand zelf meldt dat het te hard voor hem of haar gaat voordat er gelost moet worden.